Dag faalangst, hallo Held!

Een kind met faalangst kan niet laten zien wie hij/zij werkelijk is en wat hij/zij kan. Faalangst belemmert je kind om te stralen!

Herken je een of meer onderstaande aspecten bij je kind:

  • Een negatief zelfbeeldfaalangst
  • Veel behoefte aan bevestiging
  • Onzekerheid om aan iets nieuws te beginnen
  • Uitstelgedrag om aan een opdracht te beginnen
  • Snel blozen, geen vragen durven stellen
  • Snel in paniek, huilen of boos worden
  • Geeft het snel op, denkt dat hij of zij het toch niet kan
  • Focus op het mislukken en het negatieve
  • Blind voor de eigen successen, geen complimentjes kunnen ontvangen
  • Moeite met het maken van vriendjes/vriendinnetjes

Dan zou het kunnen zijn dat je kind last heeft van faalangst.

Wil je jouw kind helpen weer plezier te krijgen in het naar school gaan, het spelen met vriendjes of vriendinnetjes of plezier in sociale activiteiten (zoals sport, scouting) te hebben?

Dan is er de faalangst training ‘dag faalangst, hallo Held!’

20161122_144055

  • De training start met een intake gesprek met de ouder(s).
  • Indien gewenst, is er een observatieformulier voor de leerkacht.
  • Er zijn 8 wekelijkse bijeenkomsten voor de deelnemers
  • Er is een evaluatie gesprek met de ouders.
  • Na 3 maanden is er een terugkom bijeenkomst voor de deelnemers.

De kosten worden veelal door de zorgverzekeraar in de aanvullende pakketten vergoed.

Meld je kind hier aan of klik voor meer informatie.

Tips voor thuis om een kind met faalangst te helpen:

  1. Niemand is perfect: Laat merken dat mislukken mag, ook als het schooltaken betreft. Geef hierin ook het goede voorbeeld door fouten te maken én deze te erkennen.
  2. Je best doen is goed genoeg: Verwacht niet méér dan wat je kind aankan.
  3. Geef juist aandacht aan de inspanningen van jouw kind, deze zijn minstens zo belangrijk als het resultaat. Benadruk wat goed loopt, niet wat slecht gaat.

Wat kunnen ouders doen in de volgende gevallen:

  1. Als je kind niet naar school wil: Ga niet mee in het vermijdingsgedrag van je zoon/dochter. Door toe te geven, leert hij/zij niet omgaan met stress en mislukking. Zorg dus dat hij/zij naar school gaat.
  2. Als het kind aangeeft iets echt niet te kunnen: Blijf rustig en neem geen werk van je kind over. Help bij het plannen van tijd. Zorg dat er een evenwicht is tussen inspanning en ontspanning.
  3. Weet dat iedereen fouten maakt, dit is nodig om te kunnen leren. Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt, dit is onvermijdelijk. Bedenk samen met je kind wat het wel goed kan. Stel samen met je kind een positief denklijstje op.
  4. Bij fysieke klachten zoals buikpijn of hoofdpijn, kunnen ontspanningsoefeningen en ademhalingsoefeningen verlichting geven. Medicatie biedt geen blijvende oplossing voor faalangst en kan verslavend werken.
  5. Aarzel niet om, als je kind (zeer veel) last heeft van faalangst, om hulp in te schakelen.

‘Je doet ontzettend erg je best. Maar weet je, voor mij is goed als goed genoeg. Ik word al heel gelukkig van een beetje’.

Ted van Lieshout

20160219_163547

          

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s